NEN 5740 BODEMONDERZOEK

Aanleiding en doel

Het verkennend bodemonderzoek op een locatie met een ondergrondse opslagtank vindt plaats om vast te stellen of de aanwezigheid van de tank verontreiniging heeft veroorzaakt in de bodem.

Te verrichten werkzaamheden NEN 5740

De locaties van de (voormalige) ondergrondse tanks dienen te worden onderzocht conform paragraaf 5.4 van de NEN 5740: onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks.

Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden zal, ter bevestiging van deze onderzoekshypotheses, een vooronderzoek conform de NEN 5725 worden uitgevoerd. Daarbij kan hopelijk onder andere de omvang van de (voormalige) ondergrondse tanks worden achterhaald.

Veldwerk

De veldwerkzaamheden worden conform de BRL SIKB 2000 uitgevoerd. Dit betekent onder andere dat het adviesbureau geen “eigen grond” mag keuren. De leverancier heeft geen grond in eigendom. De leverancier is een zelfstandig onafhankelijk adviesbureau dat geen andere relatie heeft met de opdrachtgever dan opdrachtnemer – opdrachtgever. Het milieuhygiënisch bodemonderzoek wordt onder certificaat van de BRL SIKB 2000 uitgevoerd middels de protocollen 2001 en 2002.

Laboratoriumonderzoek

Van de grondmonsters bij ondergrondse tanks, vul- en ontluchtingspunten en leidingen worden de meest verdachte geanalyseerd (conform de AS3000) op een door de RvA geaccrediteerd laboratorium op de stoffen die in de tanks opgeslagen zijn geweest. Veelal betekent dat analyse op organisch stofgehalte en minerale olie (en als het benzine of petroleum betreft ook op vluchtige aromaten en naftaleen).

Eén week na plaatsing van de peilbuizen wordt het grondwater bemonsterd en worden de geleidbaarheid en zuurgraad gemeten. De grondwatermonsters bij de ondergrondse tanks worden in het door de RvA geaccrediteerde laboratorium conform de AS3000 standaard onderzocht op minerale olie, vluchtige aromaten en naftaleen.

Indien de opgeslagen brandstof benzine vanaf 1988 betreft, worden de grondwatermonsters tevens onderzocht op MTBE (Methyl tert-butylether). Indien er opslag van afgewerkte olie heeft plaats gevonden, moeten de grond- en grondwatermonsters tevens op PAK’s worden geanalyseerd.

Meer informatie: